Het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft tot doel om ruimte op het spoor te creëren. Zodoende kan de trein de economische centra van Nederland bereikbaar houden. Het PHS wordt uitgevoerd door het ministerie en andere partijen, zoals ProRail en de NS.

In de meest gestelde vragen op de website van Rijksoverheid leest u meer over het PHS.

Effecten

In het PHS draait het om het creëren van extra ruimte op de vier drukste personentrajecten en om het versterken van het goederenvervoer in een landelijk samenhangend spoornetwerk. Het PHS heeft dan ook verschillende effecten en consequenties op zowel nationaal, regionaal als lokaal niveau.

Verwachte groei

In het PHS is uitgegaan van een bepaalde mate van groei van het goederenvervoer per spoor in de komende jaren. Onderzocht is of de prognoses nog kloppen met actuele ontwikkelingen en nieuwe inzichten. Ook is gekeken of de verwachte groei tot aan 2040 tot capaciteitsproblemen op het spoor zal leiden.

Goederenroutering Oost Nederland

Binnen het PHS valt ook de Goederenroutering Oost Nederland. Omdat er ruimte gemaakt moet worden voor het reizigersvervoer in de Randstad, zullen goederentreinen anders moeten gaan rijden. Nu rijden ze vanaf Rotterdam richting Oldenzaal over Amsterdam, Amersfoort, Deventer, Almelo, Borne en Hengelo. In de toekomst zullen goederentreinen langer over de Betuwelijn gaan rijden en dan via de IJssellijn over; òf de Twentekanaallijn òf de Twentelijn richting Oldenzaal.

Nieuwe spoorinfrastructuur

Goederentreinen op de route Rotterdam - Noord-Duitsland en verder naar onder meer Scandinavië, rijden straks niet meer via Amsterdam. Tot Elst gaan zij de Betuweroute gebruiken. Vanaf Elst rijden deze treinen via Arnhem en Zutphen richting de grensovergang bij Oldenzaal. Om dit te bewerkstelligen is nieuwe spoorinfrastructuur nodig. Om nieuwe infra voor spoor of weg aan te leggen, is de overheid verplicht om een Milieu Effect Rapportage (MER) uit te voeren.

De groei van het goederenvervoer over spoor wordt met name veroorzaakt door de aanleg van de Tweede Maasvlakte in Rotterdam. Hierdoor zullen meer en grotere schepen in Rotterdam worden overgeslagen op water, weg en spoor.

9% meer overslag op spoor

Rotterdam heeft als doel gesteld dat in 2033 20% wordt overgeslagen op spoor. Nu is dat 11%. Deze zogenoemde modelshift en uitbreiding van de haven zorgt voor de groei van het goederenvervoer. In 2033 mag maximaal 45% over de weg vervoerd worden, waardoor er nog 35% voor water overblijft. De groei van het goederenvervoer per spoor is dus geen gevolg van het PHS, maar van de groei die veroorzaakt wordt door de aanleg van de Tweede Maasvlakte. In het PHS is vastgesteld dat goederentreinen een andere route moeten volgen vanaf Rotterdam naar Oldenzaal.

Uitbreiding capaciteit Betuweroute

Op dit moment wordt de volle capaciteit van de Betuweroute (in de volksmond beter bekend als de Betuwelijn) niet benut. Dat komt omdat de twee sporen tussen Zevenaar en Oberhausen, het laatste stukje van de Betuweroute, niet voldoende capaciteit bieden. Daarom wordt in 2015 begonnen met de aanleg van een derde spoor, die tot 2022 in beslag zal nemen.

Meer goederentreinen tussen 2015 en 2022

Nu rijden dagelijks 160 goederentreinen via de Betuweroute naar Duitsland en verder. De bouw van het derde spoor betekent dat de capaciteit tussen Zevenaar en Oberhausen, tussen 2015 en 2022, één week per maand wordt beperkt van 160 goederentreinen per dag naar 30 goederentreinen per dag. In die week zullen dus 130 goederentreinen een andere route moeten rijden.

Treinen die nu via de Betuweroute rijden, zijn met name georiënteerd op het Ruhrgebied. Het meest voor de hand liggende alternatief is om die 130 goederentreinen via Venlo te laten rijden. Maar ook daar heeft het spoor geen capaciteit voor 130 goederentreinen. De vraag is dus hoeveel goederentreinen gedurende de bouw van het derde spoor via Borne en Oldenzaal zullen gaan rijden. De Tweede Kamer debateert binnenkort hierover. Maar dat er meer goederentreinen tussen 2015 en 2022 door Borne zullen gaan rijden, staat al vast.

De gemeente Borne is gesprekspartner in de overleggen die over het goederenvervoer per spoor gaan. Het ministerie heeft aangegeven dat de Wet geluidhinder zal worden gehandhaaft. Het omleidingsplan van het ministerie publiceren we zo snel mogelijk op deze website.

Er wordt door het ministerie een communicatieplan voorbereidt, anticiperend op de brief van de Staatssecretaris aan de tweede kamer.

Nederland is een klein land. Door ruimtegebrek groeit de spanning tussen veiligheid, vervoer van gevaarlijke stoffen, en ruimtelijke ontwikkeling. Steeds meer woonwijken en kantoren worden gebouwd langs trajecten waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

Maatregelen

Ondanks dat het vervoer van gevaarlijke stoffen zal toenemen, is de kans op ongelukken zeer klein. Er worden allerlei belangrijke maatregelen in acht genomen. Zo moeten verpakkingen van gevaarlijke stoffen aan strenge eisen voldoen.

Goederenvervoer over spoor moet veiliger

Het goederenvervoer per spoor moet niet alleen snel, maar ook veilig gebeuren. Daarom zijn er specifieke routes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor. Het Nederlandse spoor is in vergelijking met andere Europese landen al behoorlijk veilig. Toch wil de Rijksoverheid de veiligheid van het goederenvervoer per spoor verbeteren. In de Derde Kadernota Railveiligheid staan de doelen voor 2020. Het gaat daarbij onder meer om:

  • Zoveel mogelijk voorkomen dat treinen door een rood sein rijden. Bijvoorbeeld door betere beveiligingssystemen als ERTMS. Ook worden seinen aangepast die voor machinisten niet duidelijk genoeg zijn;
  • Veiliger spoorwegovergangen. Bijvoorbeeld door meer toezicht bij overwegen waarvan bekend is dat er regelmatig mensen oversteken bij gesloten overwegbomen;
  • Maatregelen om zelfmoord op het spoor te verminderen, zoals plaatsing van hekken langs het spoor.

Het is belangrijk dat de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen niet toenemen. Daarom heeft het Rijk, in samenwerking met gemeenten, provincies en het bedrijfsleven, een zogenoemd basisnet ontwikkeld: één net (bestaande uit meerdere routes) voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over auto-, spoor-, en vaarwegen.

Doelen

Het basisnet heeft tot doel:

  • Het mogelijk maken van vervoer van gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële plaatsen in Nederland en het buitenland, nu en in de toekomst;
  • Het zo veel mogelijk beperken van alle mogelijke risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor omwonenden langs de route, binnen wettelijke grenzen.

De Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen is sinds 1 juli 2014 van kracht, en daarmee ook het Basisnet.